Ontwerp van Openbaring
Opbouw van binnenuit
En ik zag, en zie, te midden van de troon en de vier dieren en te midden van de oudsten stond een Lam, alsof het geslacht was.
Openbaring 5:6
Op 23 september 2017 werd een groot teken aan de hemel gezien, het teken van Openbaring 12 (zie afbeelding hieronder). Dit teken vormt het absolute middelpunt van het boek Openbaring. Het middelpunt is de plaats van waaruit God alles schept: planten, bomen, bloemen, dieren, mensen. Het middelpunt van Openbaring 12, gezien aan de hemel in september 2017, is de plaats en het moment waarop de laatste fase van de geschiedenis begon, de laatste 3,5 jaar die we 'de eindtijd' noemen. Vanaf het verschijnen van het teken van Openbaring 12 aan de hemel hebben alle andere gebeurtenissen plaatsgevonden of zullen plaatsvinden. Het teken betrof 'een vrouw, bekleed met de zon, met de maan aan haar voeten en met een kroon van twaalf sterren. Zij is zwanger en heeft weeën.' Een tweede teken uit Openbaring 12, dat ook in september 2017 aan de hemel te zien was, bestaat uit een enorme rode draak met 7 gekroonde koppen en 10 hoorns, die voor de vrouw staat om haar kind te verslinden zodra het geboren is.
19 Schrijf op wat je gezien hebt, wat er is en wat er komen zal. (Openbaring 1:19)
1. Na deze dingen zag ik, en zie, er was een deur geopend in de hemel; en de eerste stem, die ik gehoord had, alsof een bazuin met mij sprak, zeide: Klim hierheen op en ik zal u tonen, wat na dezen geschieden moet. (Openb.4:1)
18. En Ik zeg u, dat gij Petrus zijt, en op deze petra zal Ik mijn gemeente bouwen en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet overweldigen. (Math.16:18)
9. En dit is het verstand dat wijsheid heeft. De zeven hoofden zijn zeven bergen, waarop de vrouw zit. 10 En er zijn zeven koningen: vijf zijn gevallen, één is er, en de derde is nog niet gekomen; en wanneer hij komt, zal hij slechts korte tijd blijven. (Openbaring 17:9,10)
3. En niemand in de hemel, noch op de aarde, noch onder de aarde kon de boekrol openen of haar inzien. (Openb.5:3)
19. En de tempel Gods, die in de hemel is, ging open en de ark van zijn verbond werd zichtbaar in zijn tempel, en er kwamen bliksemstralen en stemmen en donderslagen en aardbeving en zware hagel. (Rev.11:19)
18. Toen ging de heerlijkheid des Heren weg van de dorpel van de tempel en ging staan boven de cherubs. (Ez.10:18)
23. de heerlijkheid des Heren steeg op uit het midden der stad en plaatste zich op de berg die ten oosten van de stad ligt. (Ez. 11:23)
28. Ik ben van de Vader uitgegaan en in de wereld gekomen; Ik verlaat de wereld weder en ga tot de Vader. (Joh. 16:28)
9. En nadat Hij dit gesproken had, werd Hij opgenomen, terwijl zij het zagen, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen. 12. Toen keerden zij terug naar Jeruzalem van de berg, genaamd de Olijfberg, die dicht bij Jeruzalem is, een sabbatsreis daarvandaan. (Acts 1:9,12)
1. En er werd een groot teken in de hemel gezien: een vrouw, met de zon bekleed, met de maan onder haar voeten en een krans van twaalf sterren op haar hoofd;
2. en zij was zwanger en schreeuwde in haar weeën en in haar pijn om te baren.
3. En er werd een ander teken in de hemel gezien, en zie, een grote rossige draak met zeven koppen en tien horens, en op zijn koppen zeven kronen.
4. En zijn staart sleepte een derde van de sterren des hemels mede en wierp die op de aarde.En de draak stond voor de vrouw, die baren zou, om, zodra zij haar kind gebaard had, dit te verslinden.
5. En zij baarde een zoon, een mannelijk wezen, dat alle heidenen zal hoeden met een ijzeren staf; en haar kind werd plotseling weggevoerd naar God en zijn troon.
6. En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats heeft, door God bereid, opdat zij daar twaalfhonderd zestig dagen onderhouden zou worden.
De draak overwonnen
7. En er kwam oorlog in de hemel; Michaël en zijn engelen hadden oorlog te voeren tegen de draak; ook de draak en zijn engelen voerden oorlog,
8. maar hij kon geen standhouden, en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden.
9. En de grote draak werd (op de aarde) geworpen, de oude slang, die genaamd wordt duivel en de satan, die de gehele wereld verleidt; hij werd op de aarde geworpen en zijn engelen met hem. (Openb.12:1-9)
10. En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen:Nu is verschenen het heil en de kracht en het koningschap van onze God en de macht van zijn Gezalfde; want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God, is nedergeworpen.
11. En zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad, tot in de dood.
12. Daarom, verheugt u, gij hemelen en wie daarin wonen. Wee de aarde en de zee, want de duivel is tot u nedergedaald in grote grimmigheid, wetende, dat hij weinig tijd heeft.
13. En toen de draak zag, dat hij op de aarde was geworpen, vervolgde hij de vrouw, die het mannelijke kind gebaard had.
14. En aan de vrouw werden de twee vleugels van de grote arend gegeven om naar de woestijn te vliegen, naar haar plaats, waar zij onderhouden wordt buiten het gezicht van de slang, een tijd en tijden en een halve tijd.
15. En de slang wierp uit haar bek water achter de vrouw als een stroom, om haar door de stroom te laten medesleuren.
16. En de aarde kwam de vrouw te hulp en de aarde opende haar mond en verzwolg de stroom, die de draak uit zijn bek had geworpen.
17. En de draak werd toornig op de vrouw en ging heen om oorlog te voeren tegen de overigen van haar nageslacht, die de geboden van God bewaren en het getuigenis van Jezus hebben; (Openb.12:10-17)
3 Laat niemand u op welke wijze dan ook misleiden, want die dag zal niet komen, tenzij eerst de afval plaatsvindt en de mens der zonde, de zoon des verderfs, geopenbaard wordt. 4 Die zich verzet tegen en zich verheft boven alles wat God genoemd wordt of wat aanbeden wordt, zodat hij als God in de tempel van God zit en zich voordoet als God. (2 Thess. 2:3,4)
14 En ik zei tegen hem: Heer, u weet het. En hij zei tegen mij: Dit zijn zij die uit de grote verdrukking gekomen zijn en hun kleren gewassen en wit gemaakt hebben in het bloed van het Lam. 15 Daarom staan zij voor de troon van God en dienen Hem dag en nacht in zijn tempel; en Hij die op de troon zit, zal onder hen wonen. 16 Zij zullen geen honger meer lijden, noch dorst meer hebben. noch zal de zon hen beschijnen, noch enige hitte. 17 Want het Lam, dat in het midden van de troon is, zal hen voeden en hen leiden naar levende waterbronnen; en God zal alle tranen van hun ogen afvegen. (Openbaring 7:14-17)
5 Toen hief de engel die ik op de zee en op het land had zien staan, zijn rechterhand op naar de hemel. 6 En hij zwoer bij Hem die leeft tot in eeuwigheid, die de hemel en al wat daarin is, de aarde en al wat daarin is, en de zee en al wat daarin is, geschapen heeft, en zei: ‘Er zal geen uitstel meer zijn! 7 Maar in de dagen dat de zevende engel op het punt staat zijn bazuin te blazen, zal het geheim van God vervuld worden, zoals Hij aan zijn dienaren, de profeten, heeft aangekondigd.’ (Openbaring 10:5-7)
11 Toen werd mij gezegd: ‘U moet opnieuw profeteren over vele volken, naties, talen en koningen.’ (Openbaring 10:11)
19 En de engel wierp zijn sikkel op de aarde, verzamelde de wijnstokken en wierp ze in de grote wijnpers van Gods toorn.
20 En de wijnpers werd buiten de stad betreden, en er kwam bloed uit de wijnpers, tot aan de teugels van de paarden, over een afstand van duizendzeshonderd stadiën. (Openbaring 14:19,20)
5 Want zijn toorn duurt maar een ogenblik, maar zijn gunst duurt een leven lang; het gehuil mag een nacht duren, maar de vreugde komt in de ochtend. (Psalm 30:5)
Het beest met de tien hoorns die u zag, zal de hoer haten. Zij zullen haar ten gronde richten en haar naakt achterlaten; zij zullen haar vlees eten en haar met vuur verbranden. (Openbaring 17:16)
21 En een machtige engel nam een steen op, zo groot als een molensteen, en wierp die in de zee, zeggende: Zo zal die grote stad Babylon met geweld worden neergehaald en zal ze in het geheel niet meer gevonden worden. 22 En de stem van harpspelers, muzikanten, fluitspelers en trompettisten zal in u niet meer gehoord worden; en geen ambachtsman, van welk ambacht hij ook is, zal in u meer gevonden worden; en het geluid van een molensteen zal in u niet meer gehoord worden; 23 En het licht van een kaars zal in u niet meer schijnen; en de stem van de bruidegom en van de bruid zal in u niet meer gehoord worden, want uw kooplieden waren de groten der aarde; want door uw toverkunsten werden alle volken misleid. (Openbaring 18:21-23)
1 En ik zag een engel uit de hemel neerdalen, die de sleutel van de afgrond en een grote ketting in zijn hand had. 2 En hij greep de draak, die oude slang, die de duivel en Satan is, en bond hem duizend jaar vast. (Openbaring 20:1,2)
17 Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, het nieuwe is gekomen! (2 Korintiërs 5:17)
Voordat we ingaan op de kern van het boek Openbaring 12, noemen we zes belangrijke elementen die men moet herkennen voor een correct begrip van het boek Openbaring.
Zes belangrijke principes
Het eerste principe - De driedeling van het boek
(1) Het grootste deel van het boek Openbaring gaat over een periode die, op het moment dat deze regels werden geschreven, nog in de toekomst lag. Jezus Zelf liet ons de structuur van het boek zien toen Hij Johannes zijn opdracht gaf: 'Schrijf op wat je hebt gezien, wat er nu is en wat er hierna zal gebeuren.' (Openbaring 1:19) Jezus gaf ons een driedeling van het boek: (1) Wat je hebt gezien, (2) wat er nu is en (3) wat er hierna zal gebeuren.
Het eerste deel is erg kort, maar indrukwekkend en belangrijk. Het gaat over Johannes' visioen van Jezus in heerlijkheid in het eerste hoofdstuk van Openbaring. Het laat ons de magnifieke Persoon zien die centraal staat in het boek Openbaring.
Het tweede deel van Openbaring gaat over wat al bestond toen het boek werd geschreven: de kerk van Jezus. Hoofdstukken 2 en 3 van Openbaring beschrijven de volledige periode van de kerk. Achteraf bezien is het duidelijk dat de fasen die de kerk de afgelopen 2000 jaar heeft doorlopen, overeenkomen met de beschrijvingen die Jezus gaf van de zeven kerken die toen in Azië bestonden.
Het derde deel van het boek gaat over wat nog in de toekomst ligt. Het derde deel beschrijft een periode die totaal anders zal zijn dan de periode van de kerk. En inderdaad, wanneer men hoofdstukken 4 en verder leest, lijkt men een 'andere wereld' binnen te treden. De afgelopen 250 jaar hebben we de langzame vooruitgang naar deze 'andere wereld' gezien – in de ontwikkeling van wetenschap, technologie en massamedia. Dit zullen de ingrediënten zijn van de korte overgangsperiode naar de wederkomst van Jezus, de periode die we 'de eindtijd' noemen. Dat deze toekomstige periode een tijd betreft die begint na het einde van de periode van de kerk, wordt duidelijk gemaakt door het woord 'hierna'. Het woord 'hierna', dat de Heer gebruikt om het derde deel te definiëren, vinden we tweemaal aan het begin van Openbaring 4, nadat de beschrijving van de kerkgeschiedenis is voltooid: 'Hierna heb ik gekeken... Ik zal u de dingen laten zien die hierna moeten gebeuren' (Openbaring 4:1).
Het derde deel betreft dus wat nog in de toekomst ligt. Dat zal beginnen nadat de kerkperiode ten einde is gekomen, met de opname van de kerk. De opname van de kerk is de enige mogelijkheid voor het einde van de kerkperiode. Het zal niet eindigen door massaal afvalligheid of massale executies van alle christenen op aarde, iets wat God niet zou toestaan. Want Christus heeft beloofd: '...op deze rots zal Ik mijn kerk bouwen, en de poorten van de hel zullen haar niet overwinnen' (Mattheüs 16:18). 'Deze rots' is de belijdenis die Petrus kort daarvoor uitsprak, waarin hij Jezus belijdt als 'de Christus, de Zoon van de levende God'.
Het gevolg van de indeling van Openbaring, zoals die door de Heer Zelf is gegeven, is dat het grootste deel van wat we na Openbaring 4:1 lezen nog toekomstig is. Terwijl deze regels geschreven worden, moet het grootste deel ervan toekomstig zijn, omdat de kerk nog op aarde is. Maar er zal ongetwijfeld een moment komen dat deze profetieën ook geschiedenis zullen worden.
Het tweede principe - De 'tussenliggende' verhalen
(2) Het tweede belangrijke punt dat men zich moet realiseren bij het bestuderen van Openbaring is dat niet alles wat volgt op Openbaring 4:1 toekomstig is. Dat Openbaring 4:1 ons aan het begin van de toekomst brengt, een periode die zal beginnen na de opname van de kerk, betekent niet dat alles wat we in Openbaring 4-22 lezen automatisch toekomstig is. Dat kan niet. Want in het centrum van Openbaring vinden we het beeld van de Ark van het Verbond in de hemel (11:19), die lang geleden in de hemel werd geplaatst, vlak voor de eerste verwoesting van Jeruzalem. We lezen over de vrouw die het Kind, Christus, baart. De geboorte van Jezus had al plaatsgevonden toen het boek werd geschreven. En we worden getroffen door een enorme rode draak met zeven koppen, waarvan Openbaring 17:10 zegt dat 'vijf ervan gevallen zijn' – terwijl Johannes zijn visioen ontving. Dit waren de rijken die aan het Romeinse Rijk voorafgingen. Deze voorbeelden laten ons zien dat sommige delen van Openbaring 4-22 niet tot de toekomst behoren, maar tot de geschiedenis. Maar welke delen zijn geschiedenis en welke tot de toekomst?
Hier wijzen we op de twee verschillende soorten tekst in het boek Openbaring. Er is de hoofdtekst, de verhaallijn van de toekomst, die begint in de hemel, met het Lam dat de boekrol neemt en de zeven zegels opent, waarvan de laatste leidt tot zeven bazuinen. De laatste bazuin leidt tot zeven schalen. De laatste schaal eindigt met Jezus, die op een wit paard komt om zijn macht als de Zoon des Mensen te tonen, komend met de wolken van de hemel, met macht en grote heerlijkheid.
Maar er zijn ook andere teksten, verweven in de hoofdtekst. Deze intermezzo's zijn Openbaring 7, met de 144.000 uit Israël en de ontelbare menigte uit alle volken, Openbaring 10-11 die een sterke engel beschrijft die uit de hemel komt en de twee getuigen in Jeruzalem, Openbaring 12, het centrale hoofdstuk met het teken van de vrouw en de grote draak, Openbaring 13, 14 over de twee eindtijdbeesten en de ernstige waarschuwingen van God om er afstand van te houden, en Openbaring 17, 18 over 'Babylon de Grote' in haar verschillende gedaanten. Deze tussenliggende delen leiden allemaal naar de grote climax van de eindtijd, maar ze beginnen ver terug in de geschiedenis, soms wel tot 600 v.Chr. We zullen dit aantonen in de uiteenzetting van deze hoofdstukken.
Het derde principe - strikte chronologie voor de hoofdtekst
(3) Het derde belangrijke punt is de consequente chronologie van de hoofdtekst. Het Lam neemt de boekrol en opent de zegels. De 7 bazuinen beginnen te klinken na de opening van zegel 7. De 7 schalen zullen worden uitgegoten na het blazen van bazuin 7. Er is geen logische manier om de chronologie van deze tekst te doorbreken. God heeft dat niet toegestaan. Degenen die beweren dat de 7 zegels, de 7 trompetten en de 7 schalen op de een of andere manier synchroon plaatsvinden, hebben de tekst óf niet gelezen, óf er niet over nagedacht, óf de tekst niet serieus genomen.
Het vierde principe - veranderingen in werkwoordstijden
(4) Het vierde belangrijke punt betreft de werkwoordstijden die in het boek worden gebruikt. De verandering in werkwoordstijd die Johannes gebruikt, is vaak een indicatie dat de chronologie is verbroken en dat we verder in de tijd of terug in de tijd worden geplaatst. Zoals vermeld in punt 3, betreft deze verbroken chronologie alleen de intermezzoteksten en nooit de hoofdtekst.
Johannes gebruikt het vaakst de verleden tijd. De hoofdtekst is volledig in de verleden tijd geschreven. Dit laat ons zien dat voor God alle toekomstige gebeurtenissen net zo zeker zijn als gebeurtenissen uit het verleden. Vanuit zijn eeuwigheid overziet Hij alle voorbijgaande tijdperken, van de schepping tot de apocalyps.
Soms wordt de tegenwoordige tijd gebruikt, in welk geval dit het normale gedrag van een entiteit aangeeft. Dit is met name het geval met het beest uit de aarde in Openbaring 13.
In veel vertalingen ontbreken deze Griekse werkwoordstijden, en als ze wel voorkomen, worden ze niet altijd consequent gevolgd. Daarom moet men altijd de Griekse tekst raadplegen om zeker te zijn van de gebruikte werkwoordstijd.
Het vijfde principe - Het centrale hoofdstuk 12 is het begin
(5) Aan het begin van deze pagina hebben we al gesteld dat God dingen vanuit het centrum laat beginnen. In het geval van de eindtijd is dat centrum het teken van het centrale hoofdstuk, Openbaring 12, dat in september 2017 daadwerkelijk aan de hemel verscheen. Dit heeft ons tot het inzicht gebracht dat alles in Openbaring voortkomt uit Openbaring 12. Dat moet wel, want alleen daar vinden we de geboorte, het lijden en de verheerlijking van Christus, die de basis legden voor alles wat we in Openbaring aantreffen. Zonder Christus' werk op aarde en zijn hemelvaart zou er geen eindtijd, geen verlossing en geen wederkomst van Jezus zijn geweest. De noodzaak van een Verlosser wordt levendig beschreven in Openbaring 5: 'En ik heb bitter gehuild, omdat niemand waardig bevonden werd om het boek te openen en te lezen, noch om erin te kijken.' (Openbaring 5:3)
Het zesde principe - Onderlinge verbondenheid
(6) We gaan ervan uit dat bepaalde passages in Openbaring samenvallen, maar niet op de manier die veel uitleggers hebben gesuggereerd, namelijk dat de zegels, de bazuinen en de schalen op de een of andere manier synchroon zouden plaatsvinden. Zoals onder punt (3) is aangegeven, verwerpen we dit idee van een synchrone gebeurtenis van de zegels, bazuinen en schalen. Voor iemand die de tekst van Openbaring serieus neemt, is dit onmogelijk, omdat de zeven bazuinen pas zullen klinken na de opening van het laatste zegel. En de zeven schalen zullen worden uitgegoten na het blazen van de zevende bazuin. Bovendien zijn er onoverkomelijke verschillen tussen de gebeurtenissen van de zegels, de gebeurtenissen van de bazuinen en de gebeurtenissen van de schalen. Ze kunnen nooit op dezelfde gebeurtenissen van toepassing zijn. Het argument dat zegels, bazuinen en schalen dezelfde gebeurtenissen vanuit verschillende perspectieven zouden weergeven, gaat niet op, omdat ze allemaal op dezelfde zeer letterlijke, aardse en realistische manier worden beschreven. Daarom verwerpen we ten stelligste de leer dat zegels, bazuinen en schalen betrekking hebben op dezelfde gebeurtenissen.
Wat ons echter wel verschillende invalshoeken kan bieden van waaruit dezelfde gebeurtenissen worden getoond, zijn de intermezzo's of de tussenliggende gedeelten van Openbaring. Grote delen van Openbaring onderbreken het hoofdverhaal om de achtergrond van de gebeurtenissen te verklaren. Dit gebeurt tussen zegel 6 en 7 (hoofdstuk 7), tussen bazuin 6 en 7 (hoofdstukken 10-14) en na de zevende schaal (hoofdstukken 17, 18). We zien inderdaad significante verbanden tussen het hoofdverhaal van zegels-bazuinen-schalen-wederkomst enerzijds en de tussenliggende, historische en verklarende verslagen in Openbaring anderzijds.
Het centrum van Openbaring - Openbaring 12
We beginnen nu met het centrum van Openbaring, de grote tekenen aan de hemel uit Openbaring 12: de vrouw en de draak. Om de Bijbelse betekenis van beide tekenen te begrijpen, moeten we beginnen met lezen aan het einde van hoofdstuk 11, vanaf vers 19, waar we een belangrijk object aantreffen dat een sleutelrol speelde in de geschiedenis van Israël, Gods uitverkoren volk, dat de Messias voortbracht. Gods hemelse tempel wordt geopend en daarin is de ark van Gods verbond met Israël te zien. Tot de eerste verwoesting van Jeruzalem rond 600 v.Chr. bevond de ark van het verbond zich in Gods tempel op aarde. Maar na eeuwen van intense ongehoorzaamheid door Israël beschrijft Ezechiël hoe de heerlijkheid van God de tempel verliet in de jaren vóór de val van Jeruzalem. Gods heerlijkheid verliet de tempel en verhuisde naar de Olijfberg (Ezechiël 10:18, 11:23).
Eeuwen later verbleef Jezus op deze berg toen Hij Jeruzalem bezocht (Lucas 21:37). Het is alsof Hij de heerlijkheid van God in zich opnam, wat Hij inderdaad deed, want het is Zijn eeuwige natuur om dat te doen: 'Hij, die de afstraling van Zijn heerlijkheid is en het evenbeeld van Zijn wezen.' (Hebreeën 1:3) Het was vanaf deze Olijfberg dat Christus naar de hemel opsteeg (Handelingen 1:9-12), terug naar waar Hij vandaan kwam (Johannes 16:28). Sindsdien is ook Gods heerlijkheid naar de hemel teruggekeerd. Sinds de verwoesting van de tempel rond 600 v.Chr. door de legers van Nebukadnezar weet niemand waar de ark zich bevindt. Volgens Openbaring 11:19 bevindt deze zich in de hemel, samen met Gods heerlijkheid, in zijn hemelse tempel. Deze situatie strookt niet met Gods heilige wil. Daarom worden bliksemflitsen, gerommel, donderslagen, een aardbeving en een hevige hagelstorm genoemd. Bij de wederkomst van Jezus zal de gedwongen scheiding tussen God en zijn volk tot een einde komen. Dit zal echter gepaard gaan met strenge oordelen. Dit zijn de oordelen van de eindtijd, die voor een groot deel Gods volk Israël betreffen. Het boek Jeremia noemt de eindtijd daarom 'Jakobs benauwdheid' (Jeremia 30:7).
Openbaring 11:19 is cruciaal voor het begrip van Openbaring 12 en 13. We hebben vastgesteld dat het de situatie beschrijft die ontstond door de ongehoorzaamheid van Israël. De Ark van het Verbond werd naar de hemel verplaatst, de tempel en de stad werden verwoest en het volk ging in ballingschap. Dit alles gebeurde rond 600 v.Chr. door de Babylonische legers van Nebukadnezar. De plaatsing van de Ark in de hemel luidde een lange periode van duizenden jaren in waarin God de heerschappij op aarde overdroeg aan het wereldrijk, dat het meest direct wordt beheerst door 'de draak', Satan. De vrouw, het kanaal waardoor Christus in deze wereld kwam, wordt voortdurend aangevallen door de draak, eerst om haar Kind te verslinden en, wanneer dit Kind geboren is en door God is opgenomen, om de vrouw zelf te vernietigen. De draak is immers bekend uit de profetische uitspraken van God, met in het centrum dat verschrikkelijke oordeel in de Hof van Eden: 'Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw nageslacht en haar nageslacht; hij zal uw hoofd vermorzelen en gij zult zijn hiel vermorzelen.' (Genesis 3:15)
Met de wetenschap dat de heerschappij van het rijk begon met de verwoesting van Jeruzalem, rond 600 v.Chr., en dat de draak de vrouw achtervolgt, hebben we de sleutel tot het begrijpen van de zeven koppen van de draak, de heerser van het rijk. De zeven koppen vertegenwoordigen alle rijken van 600 v.Chr. tot aan de apocalyps, alle rijken die een relatie hebben met 'de vrouw', Gods volk, Israël. De sterren die door de staart van de draak naar de aarde worden geworpen, hebben dus niets te maken met de val van de engelen. Het zijn de gelovigen in Israël die door het rijk worden aangevallen. We zullen hier dieper op ingaan wanneer we Openbaring 12 en 13 bespreken. Openbaring 12 is geschiedenis in een notendop. De impact van de staart van de draak op de sterren laat ons de voortdurende aanvallen van het rijk zien op degenen in Israël die de Heer willen dienen. Deze aanvallen gaan door tot de geboorte van Christus, zijn verlossingswerk en zijn terugkeer naar God. Maar nu de Messias buiten het bereik van de draak is, intensiveren zijn aanvallen op Gods volk. Ze worden zo intens dat 'de vrouw' moet vluchten. Dit is wat Joodse christenen daadwerkelijk deden toen de Romeinse legers Jeruzalem belegerden in 66 n.Chr. Ze deden dit in gehoorzaamheid aan Christus' waarschuwingen: 'En wanneer u Jeruzalem omsingeld ziet door legers, weet dan dat de verwoesting ervan nabij is. Dan moeten zij die in Judea zijn, vluchten naar de bergen' (Lucas 21:20,21).
Plotseling breekt er een oorlog in de hemel uit. Hebben we enig idee wanneer deze oorlog zal plaatsvinden? Sommigen verwijzen naar een tijd die aan Genesis voorafging, maar de Bijbel leert ons nergens dat zo'n periode ooit heeft bestaan, laat staan dat Satan ooit een opstand van een derde van de engelen heeft geleid. De tijdsaanduiding in Openbaring 12 (in de verleden tijd, net als alle andere passages - geen onderbreking in de chronologie) geeft aan dat het moment van deze oorlog ergens na de vlucht van de vrouw naar de woestijn (de ballingschap van christelijke Joden in de eerste eeuw) en vóór of tijdens een hernieuwde vlucht plaatsvindt. In onze tijd zien we een hernieuwde vlucht van Gods volk onder de meest verwarrende omstandigheden. Na 2000 jaar van bevolkingsverplaatsingen en de invloed van de islam in het Midden-Oosten weet niemand meer wie wie is. Kijkend naar de mensen die zwaar worden aangevallen en die voortdurend op de vlucht zijn sinds de Nakba van 1948, gaan we ervan uit dat Gods volk bestaat uit Palestijnen en niet uit de zogenaamde Joden die de staat Israël vormen. Afgezien van de vlucht van de vrouw in Openbaring 12, zijn er in de oudtestamentische profetieën veel aanwijzingen dat de Palestijnen Israël zijn en dat wat de wereld 'Israël' noemt een 'grote misleiding' is, vooral voor evangelische christenen. We gaan dieper in op deze verwarrende kwestie in onze uitleg van het boek Zacharia.
Een andere aanwijzing dat de oorlog in de hemel kort voor het begin van de eindtijd uitbreekt, is te zien in het teken van Openbaring 12 aan de hemel sinds 23 september 2017. We zien hoe de oorlog in de hemel zich afspeelt in de sterren en eindigt met de val van Satan uit de hemel, gesymboliseerd door de val van 12P/Pons-Brooks (sinds juli 2023 'de komeet van de duivel' genoemd) van hoog in het noorden naar diep in het zuiden tussen juli 2023 en juli 2024. Dit was ook de periode waarin de grote aanval op het Palestijnse volk begon (7 oktober 2023).
Dat de val van de duivel vlak voor het begin van de eindtijd zal plaatsvinden, wordt ook aangegeven door delen van de uitroep in Openbaring 12 bij zijn val, zoals: 'Nu is de redding gekomen, en de kracht, en het koninkrijk van onze God, en de macht van zijn Christus' - we staan op de drempel van het duizendjarige rijk. En: 'Wee de bewoners van de aarde en van de zee! Want de duivel is tot u neergedaald, vol grote toorn, omdat hij weet dat hij nog maar korte tijd heeft.' (Openbaring 12:10-12) - De grote verdrukking staat op het punt te beginnen.
De uitroep in Openbaring 12:10-12 staat centraal in dit centrale hoofdstuk, en in het hart van het hart staat de tekst: 'zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam' (Openbaring 12:11a). Het Lam staat altijd centraal, zoals het op Gods troon staat, zo staat het ook in de geschiedenis. We gaan ervan uit dat deze uitroep niets anders is dan de opname van de kerk. 'Nu is de redding gekomen' - eindelijk bereiken de gelovigen van de afgelopen 2000 jaar kerkgeschiedenis de volheid van hun redding: hun verheerlijking en hemelvaart. '...en kracht...' de enorme macht van de almachtige Heer in de opstanding der doden in Christus, die ook zal plaatsvinden bij de opname (1 Thessalonicenzen 4:16). '...en het koninkrijk van onze God...' God zal na de opname van de kerk op zijn troon in de hemel omringd worden door zijn oudsten - als een ware koning - vlak voordat hij zijn handen op het betwiste gebied legt: de aarde. '...en de kracht van zijn Christus...' Kort na de opname van de kerk zal Christus, het Lam, de boekrol nemen, de zegels openen en de aarde onderwerpen aan zijn totale heerschappij. De plaatsing van de heiligen op hemelse tronen is mogelijk geworden doordat de aanklager is neergeworpen. De hemel is gereinigd door de ontvangst van de gasten van de aarde, die zelf gereinigd waren door het bloed van het Lam. Binnenkort zal de kerk bestaan uit bewoners van de hemel, deelgenoten van eeuwige vreugde en zaligheid.
Openbaring 6 - Het witte paard
Nu de kerk in de hemel is, kan de draak alleen nog maar het volk vervolgen dat Christus heeft voortgebracht, het volk Israël. De val van de draak wordt direct gevolgd door de vervolging van de vrouw. Dan grijpt God in ten behoeve van de vrouw en wordt zij in veiligheid gebracht (Openbaring 12:13-17). Er zijn meerdere aanwijzingen in de Schrift dat dit samenvalt met het witte paard uit Openbaring 6, dat zal uittrekken wanneer het Lam het eerste zegel van de boekrol opent. De logica achter het witte paard als Gods ingrijpen ten behoeve van zijn volk, dat leidt tot de overwinning, is dat het openen van de zegels van de boekrol de aanspraak symboliseert die Jezus op de aarde heeft als zijn heerschappij. Maar Jezus zal regeren door het heilige volk. Daarom moet allereerst dit heilige volk gered worden van de moorddadige plannen van de draak, die het wereldrijk gebruikt om hen uit te roeien.
Het rode paard
Zodra een 'deel' van Gods heilige volk in veiligheid is gebracht, zal de draak oorlog beginnen tegen 'het overblijfsel van haar nageslacht'. Hier zien we het tweede punt van overeenkomst tussen Openbaring 12 en Openbaring 6: het rode paard van het tweede zegel, dat niets minder dan de Derde Wereldoorlog zal blijken te zijn. Het is het punt waarover Jezus zegt: 'Want volk zal tegen volk opstaan, en koninkrijk tegen koninkrijk.' (Mattheüs 24:7)
Dit valt ook samen met het herwinnen van de totale heerschappij door het beest uit de zee: 'En hem werd een mond gegeven die grote dingen en godslasteringen sprak; en hem werd macht gegeven om tweeënveertig maanden te heersen.' (Openbaring 13:5) Uiteindelijk zal dit ertoe leiden dat het beest de volledige controle over de planeet krijgt.
Er staat niet dat de 'macht over alle stammen, volken, talen en naties' 42 maanden zal duren. Het is alleen de macht om te 'handelen' die 42 maanden zal duren, inclusief de acties die zullen leiden tot deze totalitaire heerschappij en de acties die nodig zullen zijn om aan deze heerschappij vast te houden wanneer de gebeurtenissen zich tegen het rijk keren.
Dus, met het rode paard, staan we aan het begin van de grote verdrukking van 3,5 jaar. Het rode paard is het beest uit de zee dat oorlogen en hongersnood aanwakkert en totale tirannie vestigt in het Westen (een kwart van de aarde - Openbaring 6:8) door de wetswijziging. Maar het eerste wat over het beest gezegd wordt, is 'een mond die grote dingen en godslasteringen spreekt'. De godslastering van het beest zal zijn daad zijn om zichzelf in de tempel te vestigen en te beweren dat hij God is (2 Thessalonicenzen 2:3,4). Het is 'de gruwel der verwoesting', waarover Daniël en de Heer spreken, halverwege de laatste week van Daniëls 70 weken. We hebben hier dus een centrale gebeurtenis die meerdere delen van de Schrift met elkaar verbindt: Daniël 9:27, Mattheüs 24:7, Mattheüs 24:15, Openbaring 12:17, Openbaring 13:5, 2 Thessalonicenzen 2:4. En we zouden nog meer Bijbelgedeelten aan deze lijst kunnen toevoegen.
Zegels 3-6
Dan volgen de zegels 3-6, die in chronologische volgorde staan en de totale verwoesting en tirannie laten zien die over de mensheid neerdaalt, eindigend met een daad van God in de vorm van een enorme aardbeving, waarschijnlijk veroorzaakt door gebeurtenissen in de ruimte. De zon zal verduisterd worden en de maan zal rood kleuren (wat onmogelijk is als de verduistering van de zon een zonsverduistering zou zijn) en er zullen meteorietenregens neerkomen. De zegels 2-5 tonen de krachten van de draak, die werken via de instrumenten die beschreven staan in Openbaring 13. Ze zijn fel gekant tegen Jezus en doen alles wat in hun macht ligt om te voorkomen dat Hij de macht over de aarde overneemt. Zegel 6 laat zien dat ze zich volledig bewust zijn van Tegen Wie ze het opnemen. Angstig voor de macht van God over de natuur, beginnen ze te bidden - maar niet tot God. Nee, ze bidden tot de stenen en de rotsen, opdat die hen zullen bedekken, terwijl ze hun toevlucht zoeken voor de toorn van God en van het Lam.
De 144.000 - Openbaring 7
Openbaring 7 past in de chronologische lijn van het boek met de verzegeling van de 144.000 uit Israël. De engelen die de vier winden vasthouden, krijgen de opdracht te wachten met het brengen van meer schade aan zee en land van boven, totdat de verzegeling van de dienaren is volbracht. Deze schade van boven wordt gezien in de eerste vier bazuinen van Openbaring 8. Openbaring 7 breekt echter met de chronologie in het verslag over de grote, ontelbare menigte van alle volken. Deze menigte wordt gezien bij hun intrede in het duizendjarig rijk van God, iets dat enkele jaren na de grote aardbeving van het zesde zegel, waarmee Openbaring 6 eindigde, zal plaatsvinden. Ze 'kwamen uit de grote verdrukking'. De grote verdrukking wordt dus in het verleden gezien. Vervolgens wordt de tegenwoordige tijd gebruikt: 'zij staan voor de troon van God...' Daarna wordt de toekomstige tijd gebruikt: 'zij zullen geen honger meer lijden...' Zoals hierboven vermeld, duidt een verandering in de werkwoordstijd op een verstoring van de chronologie. Het verhaal van de ontelbare menigte springt vooruit in de tijd en slaat de donkerste periodes over.
De bazuinen - Openbaring 8 en 9
Openbaring 8 en 9 staan wederom in chronologische volgorde. Ze beschrijven de eerste zes bazuinen, die volgen op de opening van het zevende en laatste zegel aan het begin van hoofdstuk 8. Er moet echter wel gezegd worden dat er een aanzienlijk verschil is tussen de eerste vier bazuinen en bazuinen 5 en 6. De eerste vier zijn oordelen van boven, waarschijnlijk veroorzaakt door kometen of een asteroïde die vanuit de ruimte de aardatmosfeer binnendringt en enorme verwoesting aanricht. Ze volgen elkaar snel op. Nadat een derde van de aarde is verwoest door de eerste vier bazuinen, zullen bazuinen 5 en 6 geblazen worden. Dit wordt aangegeven door de luide roep van de adelaar aan het einde van de vierde bazuin: "Wee! Wee! Wee de bewoners van de aarde!" (Openbaring 8:13). Meer argumenten worden gegeven in het schema van de eindtijd. In plaats van directe oordelen van God, zullen de bazuinen 5 en 6 bestaan uit terreur die door de heersers van de aarde over hun medemensen zal worden losgelaten. Kijkend naar de duur van de periodes, zoals aangegeven in de beschrijvingen van de bazuinen 5 en 6, zullen deze anderhalf jaar duren. Zie ook het schema van de eindtijd.
Tegen het einde - Openbaring 10
In Openbaring 10 zien we de machtige engel uit de hemel komen met de kleine boekrol, die hij open in zijn hand houdt. We horen hem het einde van de eindtijd aankondigen - na anderhalf jaar van wereldwijde verschrikking door het laatste rijk. Dat de eindtijd ten einde loopt, wordt duidelijk gemaakt door de korte zin: "Er zal geen uitstel meer zijn!". Vervolgens kondigt de engel de zevende bazuin aan en de daaropvolgende onthulling van de oudtestamentische profetie: 'Het mysterie van God zal worden volbracht, zoals Hij aan Zijn dienaren, de profeten, heeft aangekondigd' (Openbaring 10:7). De oudtestamentische profetie is lange tijd een mysterie geweest, zoals tegen Daniël werd gezegd: 'Maar gij, Daniël, sluit de woorden op en verzegel het boek' (Daniël 12:4) en: 'De woorden zijn opgesloten en verzegeld tot de tijd van het einde' (Daniël 12:9). Gedurende alle 70 weken van Daniël 9 zouden 'profeet en visioen' verzegeld zijn (Daniël 9:24). Dat er onder christenen enorme meningsverschillen bestaan over de interpretatie van profetieën, bewijst dat de eindtijd nog moet komen.
De neerdaling van de machtige engel is het laatste deel van de chronologische volgorde, kort voor het einde van de 3,5 jaar durende eindtijd. Het einde van Openbaring 10 duidt op een terugkeer naar het begin van de eindtijd, om een nieuw aspect van de eindtijd te belichten: de plaats en rol van Israël. Dit nieuwe aspect werd al aangegeven met de 'kleine geopende boekrol' in de hand van de engel, die Gods dienaren, de profeten, symboliseert. Oudtestamentische profetieën plaatsen Israël in het centrum en werden eeuwen vóór de komst van Christus verkondigd. De kleine boekrol van Israël moet worden onderscheiden van de boekrol die door het Lam in de hemel werd geopend in Openbaring 6-8, de totaliteit van de eindtijd voor de gehele schepping. Dat een nieuwe kijk op de eindtijd zal beginnen met Openbaring 11, wordt ook aangegeven in het laatste vers van Openbaring 10: "Toen werd mij gezegd: 'U moet opnieuw profeteren over vele volken, naties, talen en koningen.'" Aan het begin van Openbaring 11 zien we ook een verandering in de werkwoordstijd - vandaar dat de chronologie wordt doorbroken. Plotseling wordt de toekomstige tijd gebruikt: '...het voorhof ... het zal aan de heidenen gegeven worden; en de heilige stad zullen zij vertrappen gedurende 42 maanden. En Ik zal macht geven aan mijn twee getuigen, en zij zullen 1260 dagen profeteren, gekleed in rouwgewaden.' (Openbaring 11:2,3)
De Twee Getuigen - Openbaring 11
Hoofdstuk 11 beschrijft de 3,5 jaar durende eindtijd vanuit het perspectief van het getuigenis dat zal worden afgelegd door twee getuigen in Israël, met name hun einde als martelaren, en leidt naar het klinken van de zevende bazuin, die door de machtige engel van hoofdstuk 10 als zeer nabij werd aangekondigd. Direct na het klinken van de zevende bazuin zullen de schalen worden uitgestort. Maar dan onderbreekt Openbaring opnieuw het chronologische hoofdverhaal en introduceert opnieuw nieuwe perspectieven op de eindtijd.
De vrouw en de draak in het centrum - Openbaring 12
In hoofdstuk 12 zien we de climax van Israëls geschiedenis in relatie tot het wereldrijk, dat door Satan wordt beheerst, zoals we hierboven beschreven. Kort gezegd: de draak wilde het 'zaad van de vrouw', Jezus Christus, verslinden. Toen dat mislukte, leidde een oorlog in de hemel tot zijn val naar de aarde, waar hij de vrouw die het Kind baarde, begint te vervolgen. De vrouw zal gered worden door bovennatuurlijke tussenkomst van boven, net zoals bij de uittocht uit Egypte, lang geleden.
De twee beesten - Openbaring 13
In Openbaring 13 wordt dit gevolgd door het perspectief van de eindtijd als een absolute machtsuitoefening door het laatste rijk, de VS (het beest uit de zee), en zijn belangrijkste bondgenoot in het Midden-Oosten, de afgodische zionistische staat Israël (het beest uit de aarde), die wordt geregeerd door mensen die ofwel een verdorven band met Israël hebben, ofwel geen echte voorouderlijke banden. De beschrijving van beide beesten uit Openbaring begint meer dan een eeuw geleden, zoals we zullen aantonen.
Gods tegenmaatregelen - Openbaring 14
Hoofdstuk 14 beschrijft de donkerste anderhalf jaar van de 3,5 jaar durende eindtijd. Hoofdstuk 14 laat deze jaren zien vanuit het perspectief van Gods tegenmaatregelen, in de vorm van de 144.000 getuigen, de boodschappen van engelen, de boodschap van de Geest en de totale reiniging van de aarde van alles wat tegen God ingaat, gezien als een oogst - zowel burgerlijk als militair. De oogst van de meest kwaadaardige karakters die de mensheid ooit heeft voortgebracht, wordt beschreven als het betreden van een wijnpers in en rond Jeruzalem bij de wederkomst van de Heer, die de dood brengt over alle legers en politieke machten van het rijk en zijn bondgenoten.
De Schalen - Openbaring 15 en 16
In hoofdstuk 15 bevinden we ons vlak voor het begin van de uitstorting van de zeven schalen met Gods toorn over de aarde. Degenen die door het beest gedood werden, worden in de hemel gezien als de overwinnaars, staande op de zee van glas, vermengd met vuur. De schalen worden aan de engelen gegeven en het uitgieten ervan wordt beschreven in Openbaring 16. We schatten dat dit enkele maanden zal duren. Net als bij de eerste vier bazuinen, komen deze oordelen van God. En God handelt snel in zijn oordelen: 'Want zijn toorn duurt slechts een ogenblik, maar zijn gunst duurt een leven lang.' (Psalm 30:5) Net als Openbaring 14 leidt hoofdstuk 16 naar het laatste oordeel van God bij de wederkomst van Jezus Christus. Zijn komst zal gepaard gaan met het uitgieten van schaal 7, de wereldwijde aardbeving en de enorme hagel die alles zal vernietigen wat onder de invloed van het rijk staat.
De Kerk en het Beest - Openbaring 17
Vlak voor het absolute hoogtepunt, de terugkeer van Jezus Christus in totale triomf, begint een lang intermezzo dat inzicht geeft in de vermenging van twee historische machten in de eindtijd: de afvallige kerk en het rijk. Hun historische ontwikkeling wordt beschreven in Openbaring 17 en 18. De beschrijving van het rijk als het beest dat wordt beheerst door de hoer (afvallig christendom) voert ons opnieuw terug naar ongeveer 600 v.Chr., toen de macht om de aarde te regeren werd afgenomen van Israël (dat volledig en volkomen had gefaald) en gegeven aan het rijk, met het Babylonische rijk dat Jeruzalem verwoestte als eerste leider van het langdurige wereldrijk. We leven nu in de tijd van 'het achtste', de laatste en wereldwijde verschijning van het rijk, de wereldwijde invloed van de VS. De periode waarover Openbaring 17 gaat, zijn de gloriedagen van de Rooms-Katholieke Kerk. Het beest en zijn vazallen (de tien hoorns, de nationale machten van Europa) zouden echter een einde maken aan de heerschappij van de Rooms-Katholieke Kerk (Openbaring 17:16), wat daadwerkelijk gebeurde aan het einde van de 18e eeuw, door de Franse Revolutie en de Napoleontische oorlogen.
Babylon de Grote - Openbaring 18
Openbaring 18 toont de totale vernietiging van het rijk, het beest uit de zee (de VS), dat wordt gezien als een wereldwijde economische macht, de erfgenaam van de Rooms-Katholieke Kerk van de Middeleeuwen, die zelf de erfgenaam was van de oude rijken, te beginnen met het Babylonische rijk. Kortom: de VS als Babylon de Grote.
Het christendom werd machteloos gemaakt door het rijk en zijn vazallen, maar het werd nooit volledig uitgeroeid. De uiterlijke vorm van het christendom diende als een zeer nuttige façade om de innerlijke motieven van het rijk en zijn vazallen te verbergen. Daarom was de bijnaam 'Mysterie Babylon de Grote', waarmee het rooms-katholicisme werd gekarakteriseerd, overgegaan op het wereldrijk, gevestigd in de VS. De VS is het eindtijdbeest, de politieke wereldmacht (grote stad) die zich hult in de beste motieven en intenties, maar zich gedraagt als de ergste despoten uit de geschiedenis, oorlogen voerend tegen talloze landen en hun regeringen om wereldwijde invloed te verwerven. Dit is de situatie die wordt beschreven in Openbaring 18: het wereldrijk, gezien als het centrum van economische macht, onder de naam Babylon de Grote, heeft de macht overgenomen die ooit in pauselijk Rome lag. De term 'mysterie' is echter verdwenen. Dat de kerk 'Babylon' werd genoemd, was een zeer vreemde zaak, maar niet voor het vorige rijk. Want het moderne Amerikaanse imperium is niets anders dan de erfgenaam van dat oude Babylonische rijk.
De Wederkomst - Openbaring 19
In Openbaring 19 zien we het einde van Babylon de Grote, gevolgd door de nieuwe macht, de ware kerk, het lichaam en de bruid van Christus in hemelse schoonheid, klaar om haar Bruidegom, Christus, te volgen op zijn weg naar de totale overwinning. Die weg wordt gezien als het grote hoogtepunt van het boek: het witte paard zal uit de hemel neerdalen en Hij die erop zit, zal alle legers en politieke machten van de wereld vernietigen.
Het Eeuwige Oordeel - Openbaring 20
Na de grote finale van de eindtijd beschrijft Openbaring 20 wat er daarna zal gebeuren: het oordeel over Satan, de opstanding van alle martelaren, het duizendjarig rijk, de laatste oorlog aan het einde van het duizendjarig rijk, wanneer Satan voor korte tijd zal worden losgelaten, het einde van Satan in de hel, de opstanding van de doden en hun lot in de hel als ze niet in het boek des levens van het geslachte Lam staan.
Eeuwigheid en het Duizendjarig Rijk - Openbaring 21
Openbaring 21 begint met de eeuwigheid, een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, en het nieuwe Jeruzalem dat uit de hemel neerdaalt als het centrum van dit alles, met God en het Lam als haar lamp, haar glorie en haar leven. Maar de eeuwigheid omvat ook de vuurpoel als eeuwige verblijfplaats van hen die het kwade boven het goede verkozen - allen die hun ellendige bestaan zullen eindigen in de 'tweede dood'.
Vervolgens gaat de beschrijving terug in de tijd, naar het duizendjarig rijk, wat te zien is aan de verandering in de werkwoordstijd (van de toekomstige naar de verleden tijd) en aan de engel die het visioen onderbreekt om de aandacht van Johannes op een nieuw perspectief te vestigen. Het is het perspectief van het Nieuwe Jeruzalem als centrum van het duizendjarig rijk, zoals het ook het centrum zal zijn van het nieuwe universum - de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. We kunnen concluderen dat het 'Nieuwe Jeruzalem' reeds deel uitmaakt van de nieuwe schepping die eeuwig zal duren. Dit is ook wat Paulus zegt over de heiligen: 'Wie dus in Christus is, is een nieuwe schepping. Het oude is voorbijgegaan, het nieuwe is gekomen!' (2 Korintiërs 5:17)
37 Overdag gaf hij onderwijs in de tempel, en 's nachts ging hij naar buiten en verbleef op de Olijfberg. (Lucas 21:37)
1 God, die vroeger op verschillende tijdstippen en op verschillende manieren tot de vaderen sprak door de profeten,
2 heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door zijn Zoon, die Hij tot erfgenaam van alle dingen heeft aangesteld, door wie Hij ook de wereld heeft gemaakt;
3 die de afstraling van zijn heerlijkheid is en het evenbeeld van zijn wezen. (Hebreeën 1:1-3)
7 Wee! Want die dag is groot, er is geen andere mee te vergelijken: het is de tijd van Jakobs benauwdheid, maar hij zal daaruit gered worden. (Jeremia 30:7)
15 En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw nageslacht en haar nageslacht; hij zal uw hoofd vermorzelen, en gij zult hem in de hiel bijten. (Genesis 3:15)
20 En wanneer gij Jeruzalem omsingeld ziet door legers, weet dan dat de verwoesting ervan nabij is.
21 Dan moeten zij die in Judea zijn, vluchten naar de bergen; en zij die in het midden van de stad zijn, moeten eruit trekken; en zij die in de omliggende gebieden zijn, moeten er niet in gaan. 22 Want dit zijn de dagen van de wraak, opdat alles wat geschreven staat, vervuld zal worden. (Lucas 21:20-22)
16 Want de HEER zelf zal uit de hemel neerdaal komen, met een luide roep, met de stem van de aartsengel en met het geluid van de bazuin van God; en de doden in Christus zullen eerst opstaan. 17 Daarna zullen wij, die nog in leven zijn en overgebleven zijn, samen met hen in de wolken worden opgenomen om de Heer in de lucht te ontmoeten. Zo zullen wij voor eeuwig bij de Heer zijn. (1 Thessalonicenzen 4:16, 17)
7 Want volk zal tegen volk opstaan, en koninkrijk tegen koninkrijk; en er zullen hongersnoden, pestilentie en aardbevingen zijn op verschillende plaatsen. 8 Dit alles is het begin van de weeën. (Mattheüs 24:7,8)
5 En hem werd een mond gegeven die grote dingen en godslasteringen sprak; en hem werd macht gegeven om tweeënveertig maanden lang te heersen. (Openbaring 13:5)
27 Hij zal het verbond met velen bevestigen voor één week. Midden in die week zal Hij het offer en de offergave doen ophouden. Vanwege de overvloed aan gruwelen zal Hij het land tot een woestenij maken, tot aan de voleinding. En wat vastgesteld is, zal over de woestenij worden uitgestort. (Daniël 9:27)
12 En ik zag, toen Hij het zesde zegel opende, en zie, er kwam een grote aardbeving. De zon werd zwart als een rouwkleed en de maan werd als bloed. 13 De sterren van de hemel vielen op de aarde. (Openbaring 6:12,13)
13 Terwijl ik toekeek, hoorde ik een arend die in de lucht vloog, luid roepen: ‘Wee! Wee! Wee de bewoners van de aarde, vanwege de bazuinen die door de drie engelen geblazen zullen worden!’ (Openbaring 8:13)
4 Maar gij, Daniël, sluit de woorden op en verzegel het boek tot de tijd van het einde. Velen zullen heen en weer rennen en de kennis zal toenemen. (Daniël 12:4)
1 En mij werd een meetstok gegeven, gelijk aan een roede. En de engel stond daar en zei: Sta op en meet de tempel van God, het altaar en hen die daarin aanbidden. 2 Maar de voorhof buiten de tempel, laat die buiten beschouwing en meet die niet, want die is aan de heidenen gegeven. En de heilige stad zullen zij vertrappen, 42 maanden lang. 3 En Ik zal mijn twee getuigen macht geven, en zij zullen 1260 dagen profeteren, gekleed in rouwgewaden. (Openbaring 11:1-3)
2 En ik zag als het ware een zee van glas, vermengd met vuur. En zij die de overwinning behaald hadden op het beest, op zijn beeld, op zijn merkteken en op het getal van zijn naam, stonden op de zee van glas, en zij bespeelden de harpen van God. (Openbaring 15:2)
11 En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard. En Hij die daarop zat, werd Getrouw en Waarachtig genoemd, en in gerechtigheid oordeelt en voert Hij oorlog. (Openbaring 19:11)
1 En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan, en er was geen zee meer. 2 En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, neerdalen van God uit de hemel, toegerust als een bruid, versierd voor haar man. (Openbaring 21:1,2)
7. En zie, Ik kom spoedig. Zalig hij, die de woorden der profetie van dit boek bewaart! (Openbaring 22:7)
Amen, kom Heer! - Openbaring 22
Het boek eindigt met hoofdstuk 22, met de absolute zekerheid dat elk detail ervan vervuld zal worden bij de wederkomst van Jezus Christus. Amen, kom Heer Jezus!
Nog te maken:
Schema met onderwerpen en aspecten van hoofdstukken 1 t/m 22
Schema met tijdlijn, waar elk hoofdstuk begint en eindigt.